Klantenkrediet en leverancierskrediet

Klantenkrediet en leverancierskrediet zijn twee interessante indicatoren van de efficiëntie van een onderneming. Hoe efficiënt is een onderneming bezig? Hoe efficiënter een bedrijf te werk gaat, hoe winstgevender het kan worden. Beide indicatoren hangen nauw samen. Je kan ze dus best samen bekijken en bestuderen. Het is niet alleen interessant om te weten hoe je deze ratio’s berekent. Nog veel nuttiger is wat je er daarna kunt uit afleiden.

Wat is klantenkrediet?

Klantenkrediet is een ratio en geeft aan hoe lang het gemiddeld duurt voor een klant betaalt. Stel: je verkoopt vandaag een goed aan een klant. Hoeveel dagen verlopen er dan gemiddeld tussen vandaag (de dag van verkoop) en de betaling door die klant?

Dit varieert echter van het ene bedrijf tot het andere. In sommige bedrijven kan dit 20 of 30 dagen zijn. Bij andere bedrijven loopt dit op tot wel 90 of 120 dagen, of zelfs meer.

Klantenkrediet maakt samen met de voorraadrotatie en omloopsnelheid deel uit van de efficiëntieratio’s van een bedrijf.

Hoe bereken je het klantenkrediet?

Formule om klantenkrediet te berekenen

Klantenkrediet kan je berekenen door van de handelsvorderingen de ontvangen vooruitbetalingen af te trekken. Daarna deel je dit door de omzet.

Dat ziet er dus zo uit:

klantenkrediet = gemiddelde (handelsvorderingen – ontvangen vooruitbetalingen) / omzet x 365 dagen”

Waarom nemen we best het gemiddelde van de handelsvorderingen op twee opeenvolgende afsluitdata? Omdat het bedrag van de handelsvorderingen enkel slaat op de datum van de balans. De balans is echter slechts een foto en momentopname: zo zag het bedrijf eruit op datum van de balans. De omzet daarentegen slaat op het volledige boekjaar, aangezien we dit cijfer uit de resultatenrekening halen.

Verdere correctie mogelijk

Je zou kunnen argumenteren dat bovenstaande formule toch nog niet helemaal ‘loepzuiver’ is. Waarom niet? Wel, de handelsvorderingen omvatten ook de verschuldigde BTW. Voor de omzet is dat echter niet het geval.

De oplossing is dan ook om de omzet met de BTW te verhogen. Het bedrag aan verschuldigde BTW voor een volledig boekjaar vind je terug in de toelichting van de jaarrekening. Hoewel niet nodig voor een vlugge, eerste indruk van het klantenkrediet verfijnt deze techniek de ratio. Op die manier krijg je een nog juister resultaat.

Belang van het klantenkrediet

Hoewel klantenkrediet wat minder fundamenteel lijkt dan ratio’s als solvabiliteit of liquiditeit heeft het wel degelijk belang. Een hoog klantenkrediet kan een bedrijf immers op termijn zeker in problemen brengen.

Voordelen van hoog klantenkrediet

Hoe sneller klanten betalen, hoe beter. De onderneming beschikt dan immers veel sneller over middelen. Daarmee kan zij dan op haar beurt zelf haar leveranciers betalen of haar leningen bij de bank aflossen.

Nadelen van hoog klantenkrediet

Maar stel nu dat een bedrijf heel lang moet wachten op zijn geld. Wat zijn hiervan de gevolgen? De leningen kunnen niet meer op tijd terugbetaald worden. Of erger nog, het bedrijf moet bijkomende, dure kredieten aangaan. Denk maar aan kaskredieten met rentevoeten tot wel 10%, om zo de kortetermijnbehoeften van het bedrijf te kunnen overbruggen.

Bovendien brengt dat lange wachten op je geld nog andere gevaren mee. Want hoe langer het duurt voor de klant betaalt, hoe groter ook het risico dat het geld uiteindelijk niet meer komt. Je zit dan met tal van vorderingen op klanten die je niet meer (of toch veel moeilijker) kan innen.

Hoe langer het duurt, hoe groter ook het risico dat de klant ondertussen insolvabel wordt of failliet gaat.

De klant kan intussen ook ontevreden zijn geworden over de prestaties van het aangekochte goed. Hij beslist daarom de betaling steeds maar uit te stellen. Of hij weigert vlakaf te betalen. Sommige klanten gaan zelfs zover de openstaande schuld als drukkingsmiddel te gebruiken, om bijkomende diensten na verkoop te bekomen.

Wat is de beste aanpak?

Een superstreng betalingsbeleid opleggen dan maar? Ook dat is een slecht idee. Natuurlijk mag je niet laks zijn om vorderingen te innen en betalingen af te dwingen. Want in dat geval zal een klant met betalingsproblemen eerder een ander bedrijf (dat overtuigender optreedt of meer druk zet dan jij) betalen. Pas daarna zal hij jou betalen.

Maar als je te strak bent in je betalingspolitiek kan dit ook weer leiden tot klantenverlies. De klant kiest dan immers voor een concurrent met een minder streng betalingsbeleid, waar hij een langere betalingstermijn krijgt. Kortom, de gulden middenweg zoeken is dus altijd de boodschap.

Interpretatie van klantenkrediet

Hoe lager hoe beter

Hoe lager de ratio, hoe vlugger de klanten betalen (en dus hoe gunstiger voor het bedrijf).

Een klantenkrediet dat doorheen de tijd en over verschillende boekjaren min of meer gelijk blijft is een goede zaak. Wanneer de omzet toeneemt nemen ook de klantenvorderingen toe, dat is logisch. Maar dit zou er niet mogen toe leiden dat het klantenkrediet verslechtert.

Plotse stijgingen van klantenkrediet

Indien de ratio plots stijgt zou het kunnen dat de onderneming lakser is geworden in haar betalingsbeleid en in de opvolging van haar klanten. Het kan ook zijn dat het bedrijf met een forse toename van het aantal klanten met betalingsmoeilijkheden in haar klantenbestand zit. Een gunstige evolutie is dat natuurlijk niet.

Het kan dus interessant zijn om bij een plots stijgend klantenkrediet de redenen daarvan te achterhalen.

Ook nuttig is een vergelijking van het klantenkrediet met de gangbare praktijk of het gemiddelde van gelijkaardige bedrijven in dezelfde sector. Doet het bedrijf het beter of slechter dan zijn sectorgenoten?

Opletten voor onderschatting

Zoals de meeste zaken in balansanalyse is ook klantenkrediet een kwestie van nuances en subtiele interpretatie. Hoed je dus voor overhaaste conclusies. Het klantenkrediet wordt soms onderschat. Daarvoor kunnen verschillende redenen zijn.

Het bedrijf kan bijvoorbeeld waardeverminderingen op de handelsvorderingen boeken. Daardoor boekt men handelsvorderingen weg. Zo lijkt de onderneming over een gunstig klantenkrediet te beschikken. Maar de werkelijkheid is minder fraai.

Hetzelfde geldt wanneer een bedrijf beroep doet op factoring. Hierbij geniet het bedrijf van een voorfinanciering van de facturen, wat een impact heeft op de uitstaande handelsvorderingen en dus ook op het klantenkrediet.

Een goede tip is om ook altijd even in de toelichting van de jaarrekening te kijken. Meestal vind je hier interessante informatie terug, zoals geboekte waardeverminderingen en dergelijke.

Vergeet ook niet dat het klantenkrediet een rekenkundig gemiddelde is en dus niet alles zegt. Stel dat in een bedrijf veel verkopen contant gebeuren. Met andere woorden: de klanten betalen direct voor de geleverde prestatie. De andere helft gebeurt met 2 maand betalingsuitstel. Het gemiddelde klantenkrediet lijkt dan 1 maand te zijn, wat een beetje een vertekend beeld geeft.

Wat betekent leverancierskrediet?

Hier gaat het niet zoals bij klantenkrediet om het betalingsuitstel aan klanten van het bedrijf. Leverancierskrediet betreft het betalingsuitstel dat de onderneming zélf krijgt, bij haar eigen leveranciers.

Hoe bereken je het leverancierskrediet?

Formule

Om het leverancierskrediet te bekomen deel je de gemiddelde handelsschulden door de inkopen.

Concreet:

“leverancierskrediet = gemiddelde handelsschulden / inkopen (handelsgoederen, grond- en hulpstoffen en diensten en diverse goederen) x 365 dagen”

Correcties op leverancierskrediet

De overwegingen en nuances gemaakt bij de berekening van het klantenkrediet gelden ook bij het leverancierskrediet.

Omdat we enkel de handelsschulden op balansdatum kennen is het beter om het gemiddelde van de handelsschulden op twee opeenvolgende afsluitdata te nemen. Zoniet krijg je een vertekend beeld. De handelsschulden kunnen immers tijdens het boekjaar fluctueren. Dit in tegenstelling tot de gegevens van de inkopen. Die slaan op de hele periode van het volledige boekjaar.

Een ander mogelijk probleem hadden we ook al bij het klantenkrediet opgemerkt: de BTW. De handelsschulden bevatten wél de BTW, maar de inkopen niet. Het is dus geen slecht idee om bij de inkopen ook het bedrag van de BTW te tellen voor je de handelsschulden deelt door die inkopen. Maar waar vind je dit bedrag terug? Normaalgezien in de toelichting van de jaarrekening.

Een laatste nuance bij het leverancierskrediet heeft te maken met openstaande leveranciersschulden. Stel dat in de handelsschulden openstaande belangrijke leveranciersschulden met betrekking tot de aankoop van investeringsgoederen voorkomen. Dit kan een vertekend beeld van het leverancierskrediet geven. Want hiervoor verkrijgt men vaak langere betalingstermijnen. Bovendien worden ze niet in de inkopen maar wel in de vaste activa geregistreerd.

Interpretatie van leverancierskrediet

De voordelen van een hoge ratio

In de regel is een groot leverancierskrediet een goede zaak. Dit komt immers de liquiditeit van de onderneming ten goede. Als het leverancierskrediet van een bedrijf groot is moet het wellicht zelf minder kredieten aangaan om behoeften op korte termijn te overbruggen. Zo vermijdt het bedrijf de vaak hoge intresten op zo’n kortetermijnleningen.

Toch is leverancierskrediet niet altijd goedkoper dan andere middelen. Vaak geeft men bijvoorbeeld fikse kortingen in geval van contante betaling.

Bovendien wijst een hoog leverancierskrediet vaak op een sterk vertrouwen vanwege de leveranciers.

Maar een hoger leverancierskrediet is niet altijd beter

Op naar een zo hoog mogelijk leverancierskrediet dan maar? Een woord van waarschuwing is wel op zijn plaats. Een hoog leverancierskrediet kan soms ook een slecht teken zijn. Zeker als je merkt dat dit voor andere ondernemingen in dezelfde sector een pak lager ligt. Misschien is het leverancierskrediet zo hoog omdat het bedrijf haar betalingen niet nakomt door liquiditeitsproblemen. Of misschien is de onderneming te afhankelijk van haar leveranciers geworden.

Vooral een vergelijking van de ratio over verschillende boekjaren levert vaak interessante informatie op. Grote schommelingen in de ratio zijn immers een onderzoek waard. Neemt het leverancierskrediet plots toe? Dan zou dit op betalingsproblemen kunnen wijzen. Daalt de ratio plots aanzienlijk? Dan zijn leveranciers misschien hun vertrouwen in het bedrijf aan het verliezen.