Wettelijke reserve op de balans (België): betekenis en nut

wettelijke reserve balansIn Belgische balansen vind je soms op de passiefzijde een eigenaardige rubriek: de ‘wettelijke reserve’. Wat houdt dit precies in en wat is het nut ervan? Is dit een of andere beschikbare spaarpot? Of is dat wat kort door de bocht? Tot nog toe was deze reserve een heel belangrijke rubriek op de balans. Maar sinds de hervorming van het vennootschapsrecht in 2019 is de wettelijke reserve tot het verleden gaan behoren. In Nederlandse jaarrekeningen kwam deze reserve al een tijdje niet meer voor, omdat de Nederlandse BV al langer geen minimumkapitaal vereiste. Wat moet je weten over deze balansrubriek?

Wat is de wettelijke reserve?

Principe

In België was er voor vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid een wettelijke verplichting om een ‘wettelijke reserve’ aan te leggen. Die verplichting vond men terug in het ‘oude’ Wetboek van Vennootschappen van voor 1 mei 2019, onder meer bij artikel 319 (BVBA), 428 (CVBA) en 616 (NV).

Zo waren de BVBA, CVBA en de NV verplicht om jaarlijks vijf procent van hun nettowinst (de winst na belasting dus) op deze rubriek te boeken. Dat moesten ze doen tot deze reserve tien procent van het maatschappelijk (geplaatst) kapitaal van de vennootschap bedroeg.

“De vijf procent werden genomen op de nettowinst van het boekjaar, of op het te verwerken resultaat als dat lager was. Overgedragen winsten van vorige boekjaren mocht je nooit meetellen!”

Nut

De wetgever had deze verplichting in het leven geroepen als bescherming voor schuldeisers. De vennootschap kon op die manier immers niet zomaar alle winst uitkeren. Neen, ze was verplicht een deel van de winst altijd binnen het bedrijf te ‘bewaren’.

Uitzonderingen

Maar wat als de vennootschap verlies maakte en geen winst? Ging die vijf procent dan van het verlies af? Neen. In dat geval moest en kon het bedrijf geen wettelijke reserve aanleggen.

Een andere uitzondering deed zich voor wanneer het bedrijf op haar balans nog overgedragen verliezen van de vorige jaren had. Dan mocht ze de winst ook eerst gebruiken om die verliezen aan te zuiveren. De overblijvende winst (als er nog is) diende dan als basis voor de berekening van de vijf procent die naar de reserve ging. Je bent in dat geval dus niet verplicht om de volledige winst te gebruiken voor de berekening van die vijf procent.

In de S-BVBA gold een aparte regel. Hier moest men jaarlijks ten minste vijfentwintig procent van de nettowinst afhouden als ‘reservefonds’. Dit moest men doen tot het bedrag van de reserve minstens gelijk is aan het verschil tussen het wettelijk minimumkapitaal van de gewone BVBA (18.550 EUR) en het bedrag van het geplaatst kapitaal.

Wettelijke reserve afgeschaft sinds mei 2019

Met de hervorming van het vennootschapsrecht in 2019 is de S-BVBA echter verdwenen en de BVBA omgevormd tot de BV, zonder verplicht minimumkapitaal. Het nieuwe wetboek trad in werking op 1 mei 2019. Sindsdien is ook het principe van de wettelijke reserve verdwenen. Toch is het nuttig om te weten wat het was, al was het maar omdat je het in ‘oudere’ jaarrekeningen nog wel eens zult tegenkomen.

Voorbeeld

Met een voorbeeld wordt alles meteen duidelijker.

Principe

Stel: het fictieve bedrijf ‘Hoelahoep BVBA’ is marktleider in het vervaardigen van hoelahoepen. Je weet wel, die ronde dingen om rond je middel te zwieren.

Hoelahoep BVBA heeft een kapitaal van 60.000 EUR. Er zit al 2000 EUR in de wettelijke reserve. Vorig boekjaar heeft Hoelahoep een nettowinst van 20.000 EUR gemaakt. Mag Hoelahoep deze winst uitkeren aan haar aandeelhouders?

wettelijke reserve jaarrekening
De zaken gaan goed bij Hoelahoep BVBA!

Het antwoord is neen. De wettelijke reserve bedraagt immers op dit moment nog geen tien procent van het kapitaal. Dus is Hoelahoep wettelijk verplicht om van die nettowinst van 20.000 EUR eerst minstens 5% af te houden, namelijk 1000 EUR. Die 1000 EUR gaat van de winst naar de  reserve. Blijft over: 19.000 EUR nettowinst. Die 19.000 EUR mag het bedrijf als het dat wenst uitkeren aan de aandeelhouders.

Versneld een wettelijke reserve aanleggen?

Maar stel nu dat de zaakvoerder van Hoelahoep zegt: “Wat een gedoe zeg elk jaar met die wettelijke reserve! Laten we voor de korte pijn kiezen en ze meteen op 10% brengen”. Is dat een goed voorstel? En mag dat? Ja, absoluut!

In dat geval neemt het bedrijf geen 1000 EUR maar meteen 4000 EUR van de nettowinst af en sluist die naar de wettelijke reserve. Zo komt de totale wettelijke reserve op 6000 EUR en bereikt zo 10% van het kapitaal van 60.000 EUR. Er blijft nu van de nettowinst maar 16.000 EUR over in plaats van 19.000 EUR, maar de volgende jaren is het bedrijf wel alvast van deze wettelijke verplichting verlost.

Het is zelfs een aanrader om de wettelijke reserve zo vlug mogelijk helemaal te voldoen. Het geeft de vennootschap immers een sterker imago. Als na jaren van activiteit de reserve nog altijd niet helemaal volstort is kan dit een verkeerde indruk geven. Ging het dan zo slecht in het verleden dat men na jaren nog altijd die tien procent reserve niet heeft aangelegd?

Plaats op de balans

Op een Belgische balans vind je onder het eigen vermogen verschillende deelrubrieken. De vierde deelrubriek en dus een deel van het eigen vermogen zijn de ‘reserves’. Deze zijn verder onderverdeeld in:

  • Wettelijke reserve
  • Onbeschikbare reserves
  • Belastingvrije reserves
  • Beschikbare reserves

De wettelijke reserve is ‘onaantastbaar’

Belangrijk om weten is dat de wettelijke reserve in België ‘onaantastbaar’ is. Wat bedoelt men hier precies mee?

Het bedrag in de wettelijke reserve is ‘onaantastbaar’ omdat men het nooit kan uitkeren en ook nooit kan overboeken naar een andere rubriek op het passief. Wat wel mag is de wettelijke reserve gebruiken om overgedragen verliezen aan te zuiveren. Je mag de wettelijke reserve eventueel ook omzetten in kapitaal. Maar als je de reserve op deze manier ‘aantast’ ben je verplicht om haar de komende jaren weer aan te vullen. Kortom, je kan niet zomaar aan deze gelden zitten.

Er bestaat wel één uitzondering hierop. Het kan voorkomen dat je een kapitaalsvermindering hebt doorgevoerd in je bedrijf. Door die kapitaalsvermindering overschrijdt de wettelijke reserve nu plots de regel van 10% van het kapitaal. Het bedrag dat nu boven die tien procent zit mag men eventueel wél uitkeren aan de aandeelhouders.

Interpretatie van deze balansrubriek

Je mag de wettelijke reserve (net als alle andere soorten reserves trouwens) niet zien als een spaarpot of beschikbaar geld om nieuwe investeringen te doen of als bron voor als het wat moeilijker gaat. Neen, met het vermogen in de wettelijke reserve zijn ook op het actief al dingen gebeurd. Dat geld werd met andere woorden al gebruikt om vaste of vlottende activa te financieren.

Toegegeven, de term is wat misleidend. Een ‘reserve’ klinkt natuurlijk als een soort buffer of noodrantsoen voor moeilijke tijden. Maar dat is het dus zeker niet!

Toekomst van de wettelijke reserve

Zoals hoger gezegd is de wettelijke reserve een aflopend verhaal die je alleen nog in jaarrekeningen van voor 2019 aantreft. In het nieuwe vennootschapsrecht bestaat de wettelijke reserve niet meer. De BV heeft immers in tegenstelling tot haar voorloper (de BVBA) geen verplichting tot een minimumkapitaal meer. Meer zelfs, het kapitaal is in de BV zelfs volledig afgeschaft.

Dat houdt ook in dat er nu geen wettelijke reserve meer moet aangelegd  worden. Door een aantal beperkingen en ‘veiligheden’ voor ondernemingen af te schaffen hoopte de wetgever de Belgische bedrijven concurrentiëler te maken. Of dat ook echt zal lukken is nog maar de vraag en zal de toekomst uitwijzen.

Lees verder

Eigen vermogen op de balans

Bronnen

BUYSE, I. & DEKEYSER, M., “Balanslezen voor niet-ingewijden”, editie 2011, Roularta Books

http://www.bibf.be/Uploads/Documents/doc_1552.pdf

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.