Eigen vermogen (EV) op de balans van een bedrijf

eigen vermogen Het eigen vermogen is een van de twee delen van het passief van de balans. Het is het tegenovergestelde van het vreemd vermogen. Vreemd vermogen komt alleen van buiten het bedrijf, terwijl eigen vermogen vooral in het bedrijf zelf ontstaat. Het is een van de belangrijkste zaken in de jaarrekening. Maar wat betekent dit nu precies? Hoe ontstaat het? En hoe komt het dat het in de loop van de tijd voortdurend wijzigt? Interpreteer het EV op de juiste manier, maar pas daarbij wel op dat je niet in té eenvoudige redeneringen verzandt.

Wat is het eigen vermogen?

Het passief van een balans bestaat uit twee grote bestanddelen of ‘blokken’:

  • Eigen vermogen
  • Vreemd vermogen

Het vreemd vermogen bestaat op zijn beurt ook weer uit twee grote delen: het kortlopend en het langlopend vreemd vermogen. Met kortlopend bedoelt men ten hoogste één jaar. Langlopend of lange termijn betekent meer dan één jaar.

Belangrijk om weten: het passief toont vanwaar het bedrijf zijn geld haalt om de bezittingen op het actief mee te financieren. Er zijn dus twee mogelijkheden. Ofwel komt dat geld van het bedrijf en zijn zaakvoerders of vennoten (eigen vermogen). Ofwel komt het uit externe bronnen buiten het bedrijf (vreemd vermogen). Of, anders gezegd, het passief toont de schulden van het bedrijf. Het eigen vermogen is de schuld van het bedrijf aan zijn eigenaars en aandeelhouders. Het vreemd vermogen is dan de schuld van het bedrijf aan externe partijen. Denk bijvoorbeeld aan de bank die aan het bedrijf een lening heeft gegeven.

Elk bedrijf heeft dus altijd een eigen vermogen. Bij het ene bedrijf is dit al wat sterker en groter dan bij het andere. Waarom dat zo is leggen we stap voor stap uit.

Plaats op de balans

Waar vind je het eigen vermogen terug op de balans?

In een Belgische balans:

Eigen vermogen België

In een Nederlandse balans:

eigen vermogen nederland

Waaruit bestaat het eigen vermogen?

Het eigen vermogen bestaat zowel in België als Nederland vooral uit drie belangrijke componenten:

  • Kapitaal
  • Reserves
  • Overgedragen winsten of verliezen (België) / Onverdeelde winst (Nederland)

Daarnaast kan je in het eigen vermogen in sommige bedrijven ook nog andere rubrieken aantreffen:

In Nederland bevat het eigen vermogen ook een deelrubriek ‘agio’. Dit is eigenlijk ook een soort reserve. Ze komt voor wanneer er nieuwe aandelen boven de nominale waarde worden uitgegeven.

Uitgiftepremies, kapitaalsubsidies en herwaarderingsmeerwaarden of herwaarderingsreserves komen wat minder vaak voor. Niet elk bedrijf zal in deze rubrieken iets op de balans hebben staan. Maar elk bedrijf heeft altijd kapitaal en reserves.

Kapitaal, uitgiftepremies en kapitaalsubsidies komen van buiten het bedrijf. Maar eigen vermogen kan ook door het bedrijf zelf, intern, ontstaan. Dat is bijvoorbeeld het geval bij reserves en overgedragen winst of onverdeelde winst.

Hoe ontstaat eigen vermogen?

Eigen vermogen kan dus op verschillende manieren ontstaan.

Bij de start

Het begint al meteen bij de oprichting van het bedrijf, wanneer men kapitaal in het bedrijf pompt.

Daarna

Later, wanneer het bedrijf van start is gegaan en zijn activiteit uitoefent, stijgt en daalt het eigen vermogen voortdurend. Dit komt door winsten of verliezen, maar ook door latere kapitaalsverhogingen, toename van de reserves of noem maar op.

Kapitaal

Elk bedrijf beschikt over kapitaal. Je hebt immers kapitaal nodig om een onderneming op te starten. Dat staat ook vermeld in de statuten van het bedrijf. Maar hoe komt men aan dat geld?

Oorsprong van kapitaal

Een bedrijf komt op twee manieren aan kapitaal:

  • De eigenaars-aandeelhouders brengen kapitaal in bij de oprichting
  • De eigenaars-aandeelhouders voeren later een kapitaalsverhoging door. Men brengt nieuw privé-geld in het bedrijf, of men zet bijvoorbeeld een rekening courant passief (RC credit) om in kapitaal. Een kapitaalsverhoging gebeurt altijd via een akte bij de notaris.

Onder ‘kapitaal’ op de balans vind je dus het totaal van het bij oprichting en bij latere kapitaalsverhogingen ingebrachte kapitaal.

Inbreng in geld of in natura?

Opgelet! De bedragen bij het kapitaal betekenen meestal, maar niet altijd, dat de aandeelhouders geld in het bedrijf hebben gestopt. Waarom niet altijd? Men kan ook een inbreng doen in natura in plaats van in geld. Denk bijvoorbeeld aan een oprichter die zijn gebouw of zijn machine in het bedrijf brengt. Men noteert in dat geval onder ‘kapitaal’ de geldwaarde van het ingebrachte goed.

Volstort of niet-volstort kapitaal?

Het kapitaal kan ‘volstort’ of ‘niet-volstort’ zijn. Wat bedoelt men hier mee? Om een vennootschap op te richten is wettelijk gezien een minimumkapitaal nodig.

Zo heeft een BVBA in België een minimumkapitaal van 18.550 EUR. Je bent echter niet verplicht om dit ook daadwerkelijk te storten. Een minimum van 6.200 EUR is als storting bij oprichting voldoende. Je zegt toe om de rest van het kapitaal later op een niet nader bepaalde datum te volstorten.

Voor een Nederlandse BV was tot 1 oktober 2012 een minimumkapitaal van 18.000 EUR vereist. Men moest dit ook meteen helemaal volstorten. Je moest aan de notaris een bankverklaring overhandigen als bewijs. Sinds 2012 is een BV oprichten in Nederland echter veel eenvoudiger dankzij de zogenaamde ‘Flex-BV’-wetgeving. Er is geen verplicht minimumkapitaal meer en de bankverklaring is dus ook niet meer nodig.

Reserves en overgedragen of onverdeelde winst

De bedoeling van een bedrijf is en blijft winst maken. Als een bedrijf winst maakt heeft het verschillende mogelijkheden.

Winst uitkeren

Het kan ervoor kiezen om de winst uit te keren aan de aandeelhouders onder vorm van een dividend of aan de bestuurders onder vorm van tantièmes.

Winst in bedrijf houden

Maar net zo goed kan men de winst geheel of deels in het bedrijf te houden. Men voegt de winst dan ofwel toe aan één van de reserves, ofwel beslist men nog niet wat men met die winst doet en draagt men de winst voorlopig over naar volgend boekjaar via de rubriek ‘overgedragen winst’. Men voegt de winst in beide gevallen dus bij het eigen vermogen.

Dat is de reden waarom een onderneming die winst maakt vaak haar eigen vermogen ziet stijgen. Maakt een onderneming verlies dan zal bijna altijd ook het eigen vermogen dalen, door de impact van de rubriek ‘overgedragen verlies’.

Reserves in België

Binnen de rubriek ‘reserves’ kan je vier verschillende soorten reserve onderscheiden:

  • Wettelijke reserve
  • Onbeschikbare reserves
  • Belastingvrije reserves
  • Beschikbare reserves

Wat is nu het verschil tussen al deze soorten reserves?

De wettelijke reserve is zoals de naam doet vermoeden een wettelijke verplichting. Zo moet in België elke BVBA of NV elk jaar verplicht 5% van de winst op deze rubriek boeken, tot deze reserve 10% van het kapitaal bedraagt. De wetgever wil hiermee ervoor zorgen dat bedrijven niet lichtzinnig omspringen met hun eerste winsten en eerst denken aan de stabiliteit en solvabiliteit van het bedrijf.

Onbeschikbare reserves komen voor in een aantal specifieke situaties. Wanneer een onderneming bijvoorbeeld haar eigen aandelen wil inkopen is ze wettelijk verplicht om hiervoor reserves aan te leggen. Deze komen terecht bij de ‘onbeschikbare reserves’.

Belastingvrije reserves doen zich voor wanneer er meerwaarden worden gerealiseerd op vaste activa, bijvoorbeeld wanneer een gebouw dat voor 500.000 EUR op de balans staat verkocht wordt voor 700.000 EUR. De opbrengst op de verkoop bedraagt dus 200.000 EUR onder de vorm van een meerwaarde. Als de onderneming beslist om deze opbrengst in het bedrijf te houden geniet men van een gunstige fiscale behandeling, waarbij de meerwaarde niet of minder wordt belast.

Beschikbare reserves tenslotte zijn de belangrijkste vorm van reserve. Elk bedrijf legt ze vrij aan en kan er ook vrij over beschikken.

Reserves in Nederland

Ook in Nederlandse balansen vind je verschillende soorten reserves. Zo is er:

  • De statutaire reserve: bevat delen van de winst die volgens de statuten van het bedrijf gereserveerd moeten worden
  • De algemene reserve: winsten die door de algemene vergadering van aandeelhouders worden toegevoegd aan de reserves
  • De winstreserve: de meest gangbare reserve om winsten in te plaatsen, vergelijkbaar met de ‘beschikbare reserves’ in België
  • De herwaarderingsreserve: ontstaat wanneer de meerwaarde van een actief, bijvoorbeeld een gebouw, op de balans wordt geboekt.

Reserves zijn geen spaarpot!

‘Reserve’ is dus een wat misleidende naam! Het gaat niet om cash dat opzij staat als buffer. Vaak laat men zich dan ook door de naam van de rubriek om de tuin leiden. Men denkt dat een ‘reserve’ een soort spaarpot is voor toekomstige uitgaven of investeringen. Dat klopt niet! Wat je in de reserves ziet staan is immers al gebruikt voor de financiering van vaste of vlottende activa op het actief van de balans. Een verkeerd begrip van de ‘reserve’ is een van de grootste misverstanden over balanslezen!

Je krijgt een beter zicht op wat een bedrijf nog als buffer of spaarpot heeft voor investeringen of voor noodgevallen door te kijken naar de rubriek liquide middelen op het actief van de balans, of naar de geldbeleggingen, al moet je ook dit met een dikke korrel zout nemen.

Overgedragen winst of verlies / Onverdeelde winst

In deze subrubriek vind je de winsten en verliezen waarvan het bedrijf nog niet heeft beslist wat men er zal mee doen. Men kiest er in dat geval voor om het resultaat ‘over te dragen’ naar het volgende boekjaar.

Belang en interpretatie van het eigen vermogen

Het eigen vermogen heeft een dubbel belang. Ten eerste is het een belangrijke eerste indruk en graadmeter van de gezondheid van een bedrijf. Daarnaast is het ook de basis van heel wat ratio’s en tools.

Positief of negatief?

In een gezond bedrijf is het eigen vermogen positief. Daarom is dit een van de eerste zaken die een bank zal bekijken bij de aanvraag van een lening voor een bedrijf.

Maak echter niet de denkfout dat een bedrijf met positief eigen vermogen sowieso een goed bedrijf is. Het eigen vermogen kan positief zijn maar in werkelijkheid is de situatie toch niet zo denderend. Er staan bijvoorbeeld tal van waardeloze activa op het actief van de balans. Denk maar aan een rekening courant zaakvoerder, immateriële vaste activa zonder reële verkoopwaarde of oprichtingskosten. Evenmin is een bedrijf met negatief eigen vermogen altijd per definitie een slecht bedrijf. Soms zijn er andere rubrieken in de balans die dit negatief eigen vermogen compenseren. Denk maar aan een rekening courant passief.

Basis voor ratio’s

Belangrijke ratio’s om naar de jaarrekeningen te kijken, zoals de solvabiliteit, gaan uit van het eigen vermogen. Maar als dat eigen vermogen negatief is is de kans groot dat ook de solvabiliteit negatief is, wat een alarmsignaal is voor banken en kredietgevers. Een positief eigen vermogen is dus ook belangrijk voor een goede solvabiliteit.

Ook het rendement op eigen vermogen is een interessante ratio die je meer vertelt over de efficiëntie en rendabiliteit van een bedrijf.

Wat je zeker moet onthouden

  • Eigen vermogen ontstaat zowel binnen als buiten het bedrijf
  • Het eigen vermogen moet positief zijn en negatief eigen vermogen is een slecht teken, maar deze regel kent nuances
  • Winst maken doet het eigen vermogen stijgen, verlies doet dan weer het eigen vermogen dalen
  • Het eigen vermogen omvat verschillende mogelijke bestanddelen, waarvan kapitaal het belangrijkst is
  • Kapitaal ontstaat door inbreng in geld of in natura bij de oprichting, of door latere kapitaalsverhogingen
  • Eigen vermogen en reserves zijn geen spaarpot of buffer voor toekomstige uitgaven

Lees verder

Wat is kapitaal op de balans en hoe ontstaat het?

Herwaarderingsmeerwaarden en herwaarderingsreserves

Rendement op eigen vermogen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.