Financiële vaste activa: betekenis en interpretatie

Financiele vaste activaEen balansrubriek waar men vaak een verkeerde interpretatie aan geeft zijn de financiële vaste activa. Toegegeven, de benaming is wel wat misleidend. Als materiële vaste activa bijvoorbeeld gebouwen en machines zijn, dan zijn de financiële activa logischerwijs toch de beleggingen van het bedrijf? Niet dus. Met andere woorden: laat je niet vangen! Maar wat vind je in deze balanspost dan wel? En hoe interpreteer je de bedragen in deze rubriek?

Wat zijn financiële vaste activa?

Het actief van de balans omvat twee belangrijke onderdelen:

  • Vaste activa
  • Vlottende activa

Wat is het verschil?

Vaste activa zijn bezittingen van het bedrijf. Ze blijven meestal lange tijd aanwezig. Denk bijvoorbeeld aan een gebouw of een terrein. Of aan machines die men meerdere jaren gebruikt. Kortom, vaste activa verdwijnen niet zomaar van vandaag op morgen uit de balans.

Vlottende activa zijn ook bezittingen, maar ze zijn vluchtiger. Deze zijn meestal maar kortstondig in het bedrijf aanwezig. Over een week of maand zijn ze misschien alweer weg.

De financiële vaste activa maken, zoals de naam doet vermoeden, deel uit van het onderdeel ‘vaste activa’.

Inhoud

Concreet gaat het om participaties in andere bedrijven. De onderneming heeft van een ander bedrijf aandelen gekocht of heeft aan dat bedrijf kapitaal en liquide middelen gegeven.

Vaak gaat het dan ook om dochterondernemingen. Vooral grotere bedrijven hebben vaak een aantal ‘dochters’ die onder het moederbedrijf vallen. Waarom? Bijvoorbeeld om de activiteiten duidelijk op te delen in zelfstandige bedrijfjes. Zo kan een onderneming voor drukwerk een aparte dochter hebben voor de online activiteiten.

Waarborgen

Wat je ook wel eens bij de financiële activa vindt zijn waarborgen en wat men noemt ‘borgtochten in contanten’. Denk bijvoorbeeld aan een huurwaarborg afgesloten door het bedrijf. Of aan waarborgen op machines. Een ander voorbeeld zijn gelden als waarborg voor de aansluiting bij nutsbedrijven.

Vermijd misverstanden

Financiële vaste activa hebben dus niets te zien met beleggingen van het bedrijf of met als belegging gekochte aandelen. Dat soort aandelen en beleggingen blijft vaak niet zo lang in de onderneming voor men ze terug verkoopt en van de hand doet. Kortom, die lijken eerder op een ‘vlottend’ dan op een ‘vast’ actief. Je vindt ze dan ook niet terug bij de vaste activa maar bij de ‘geldbeleggingen’, onder de vlottende activa dus.

Stel: een bedrijf koopt aandelen Coca Cola, omdat het verwacht dat deze aandelen het in de toekomst goed zullen doen en een mooie meerwaarde zullen opleveren. Is dit een financieel vast actief? Nee, want het bedrijf heeft niets te zeggen bij Coca Cola. Deze investering is dus louter een geldbelegging.

Een verkeerde interpretatie van deze rubriek is maar een van de vele misverstanden over balanslezen.

Die fout ga jij alvast niet maken. Het belangrijkste om te onthouden is dan ook:

“Financiële vaste activa zijn geen beleggingen, maar wel participaties in andere bedrijven”

Hun plaats op de balans

Niet elk bedrijf heeft financiële vaste activa op haar balans. Maar er zijn ook ondernemingen waarbij dit nu juist het belangrijkste actief op de balans is. Denk aan holdings. Holdings zijn bedrijven met als belangrijkste activiteit het aanhouden van participaties in andere bedrijven. Ze hebben niet echt een omzet zoals een klassiek bedrijf. Hun inkomsten komen uit de dividenden die ze krijgen voor hun deelneming in het andere bedrijf.

België

Op een Belgische balans zijn de financiële vaste activa met rubrieknummer 28 de laatste rubriek van de vaste activa:

Financiële vaste activa op een Belgische balans

Nederland

Ook in Nederlandse jaarrekeningen zijn de financiële vaste activa de laatste rubriek (rubriek III) van de vaste activa:

Financiële vaste activa op een Nederlandse balans

Soorten financiële vaste activa

Stel: bedrijf A heeft financiële vaste activa in bedrijf B. Wat betekent dit nu concreet?

Wel, als een bedrijf belangen in een ander bedrijf heeft kan dat verschillende vormen aannemen. Soms bestaat er alleen een duurzame, blijvende band tussen bedrijf A en bedrijf B. In andere gevallen heeft bedrijf A ook echt inspraak in bedrijf B om er mee het bestuur en het beleid te bepalen.

Onder de financiële vaste activa bevinden zich nog verschillende deelrubrieken. Ze geven aan hoe groot de inbreng van bedrijf A in bedrijf B is.

Ruwweg onderscheidt men drie vormen van financiële activa, al is het verschil in praktijk niet altijd eenduidig te zien.

Verbonden ondernemingen

Men spreekt van ‘verbonden ondernemingen’ als bedrijf A een participatie van meer dan 50% in bedrijf B heeft. Met andere woorden: bedrijf A bezit de helft of meer dan de helft van de aandelen van bedrijf B. In de meeste van die gevallen zal je zien dat bedrijf B een dochterbedrijf is van A.

Ondernemingen waarmee een deelverhouding bestaat

Hier is de betrokkenheid van bedrijf A meestal iets minder groot. De participatie ligt tussen de 10 à 50%.

Andere financiële vaste activa

Is de deelneming van bedrijf A in bedrijf B heel laag, zeg maar minder dan 10%, spreken we niet langer van ‘verbonden ondernemingen’ of ‘ondernemingen waarmee een deelverhouding bestaat’. Meestal vind je dit dan terug bij de overige financiële vaste activa.

Wat je zeker moet onthouden

  • Financiële vaste activa zijn geen beleggingen of aandelen van het bedrijf maar participaties in andere bedrijven. Vaak zijn dit dochterondernemingen.
  • Er bestaan verschillende soorten financiële vaste activa, afhankelijk van de graad van participatie in het bedrijf.

Begrijp je deze balansrubriek nu beter? Of heb je er nog vragen over? Stel ze gerust in je reactie onder dit artikel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.