Oorzaken faillissement: 7 alarmsignalen en knipperlichten

oorzaken faillissementDe oorzaken van een faillissement zijn heel divers. Eén van de belangrijkste redenen om aan balansanalyse en onderzoek van jaarrekeningen te doen is de voorspellende waarde. Een bedrijf gaat immers niet van vandaag op morgen in faling. Voor het zover komt vertonen de meeste ondernemingen met een faillissement eerst een aantal alarmsignalen. Maar liefst één derde van alle bedrijven laat minstens één negatief signaal zien, vaak al jaren voordien. Dat is niet alleen interessante informatie voor bankiers, maar ook voor elke klant of leverancier die met het bedrijf in zee wil gaan. Kijk dus ook zelf uit dat je bedrijf zich niet bezondigt aan deze negatieve signalen. Het zou je toekomstige zakenrelaties of kredietaanvragen kunnen bemoeilijken. Voor welke ‘knipperlichten’ moet je op je hoede zijn?

Late of niet-neerlegging van de jaarrekeningen

Niet alle bedrijven zijn verplicht om elk jaar hun jaarrekening neer te leggen bij de Nationale Bank (België) of de Kamer van Koophandel (Nederland). Maar heel wat bedrijven wél.

Termijnen

Zo heeft een Belgisch bedrijf na afsluiting van het boekjaar maximaal zeven maanden om de jaarrekeningen neer te leggen. Stel dat het boekjaar eindigt op 31 december moet de balans dus voor 31 juli worden ingediend. Men heeft immers zes maanden tijd om na afsluiting van het boekjaar de jaarrekeningen door de algemene vergadering te laten goedkeuren. Daarna heeft men nog maar maximaal dertig dagen om deze bij de Nationale Bank neer te leggen.

Is een bedrijf hiermee te laat zal men voor de neerlegging hogere tarieven en boetes aanrekenen. Die extra kost kan oplopen tot wel honderden euro’s per maand vertraging.

Hoe interpreteer je late neerlegging?

Legt een bedrijf de jaarrekeningen te laat neer is dit doorgaans een heel slecht teken. Een goed gerund bedrijf zal er normaal voor zorgen dat het met alle wettelijke voorschriften in orde is. Een éénmalige laattijdige neerlegging kan nog te wijten zijn aan vergetelheid. Het is ook mogelijk dat er helemaal niets aan de hand is. Het bedrijf heeft bijvoorbeeld sinds de laatste neerlegging een statutenwijziging doorgevoerd en het boekjaar werd verlengd.

Maar wanneer er systematisch, dus jaar na jaar, een laattijdige neerlegging plaatsvindt is er wellicht meer aan de hand. Misschien laat het bedrijf wel met opzet de neerlegging aanslepen. Men probeert tijd te winnen om zo lang mogelijk geen slechte resultaten te moeten tonen. Volgens Companyweb zijn het vooral bedrijven die al in nesten zitten die de neerlegging van hun jaarrekeningen nog wat ‘rekken’ en uitstellen.

Helemaal zorgwekkend wordt het wanneer je merkt dat het bedrijf zijn jaarrekening gewoon helemaal niet meer neerlegt. Stel: we zijn 2018 en de laatst neergelegde jaarrekening dateert van 31 december 2015. Dit wijst op een ernstige malaise binnen het bedrijf. Met alle mogelijke gevolgen van dien. Wanneer een bedrijf in België drie boekjaren op rij zijn verplichting om de jaarrekening neer te leggen niet is nagekomen kan de handelsrechtbank op vraag van elke belanghebbende de ontbinding van de onderneming uitspreken.

Uit onderzoek van Graydon is gebleken dat in 2016 maar liefst 22,22% van alle ondernemingen die twee jaar geen jaarrekening publiceerden failliet is gegaan.

Moeten we nog meer zeggen? Dat is bijna één op vier.

Schuldgraad boven de 100%

Elk bedrijf heeft een schuldgraad. De schuldgraad is een belangrijke graadmeter van de gezondheidstoestand van een bedrijf. Zo bepaalt de schuldgraad bij Graydon in belangrijke mate de score van het bedrijf op een schaal van 0 tot 100.

Je kunt de schuldgraad eenvoudig uit de balans aflezen. Het is het totaal geleend vermogen (vreemd vermogen dus) vergeleken met het eigen vermogen. Met andere woorden: in welke mate financiert een onderneming zich met schulden? Men noemt dit ook wel de ‘leverage’: het vreemd vermogen / eigen vermogen.

Het spreekt vanzelf dat hoe hoger dit is, hoe nadeliger. Je hangt immers sterk af van financieringsbronnen buiten het bedrijf en teert niet op eigen vermogen. Bovendien geldt: hoe hoger de schuldgraad, hoe meer de intrestlasten van al die externe schulden op de winsten van het bedrijf beginnen wegen.

Een gezond bedrijf probeert dan ook zijn schuldgraad onder de 50% te houden. Let wel: een gedeelte vreemd vermogen is normaal en wenselijk. Het kan vanuit fiscaal oogpunt zelfs nuttig zijn om ook een deel met vreemd vermogen (schulden) te financieren.

Wanneer de schuldgraad echter boven de 100% van het kapitaal ligt is dit voor het bedrijf op termijn een onhoudbare situatie.

Onderzoek heeft uitgewezen dat maar liefst 25% van alle ondernemingen die failliet gaan een schuldgraad boven de 100% hebben

Het spreekt dus vanzelf dat je bij dergelijke hoge schuldgraden op je hoede moet zijn. Een te hoge schuldgraad leidt op termijn vaak tot faillissement.

Liquiditeitsratio’s onder de alarmdrempel

redenen faillissement

Twee basisvoorwaarden voor een gezond bedrijf zijn een goede solvabiliteit en een goede liquiditeit. Terwijl de solvabiliteit meer iets zegt over de sterkte van een bedrijf op lange termijn hebben de liquiditeitsratio’s een kortere termijn voor ogen. De meeste bedrijven gaan trouwens niet kopje onder omdat ze verlies maken. Neen, vaak doet een nijpend tekort aan liquiditeit hen definitief de das om.

Vaak kijkt men vooral naar de solvabiliteit en veel minder naar de liquiditeit. Een verkeerde reflex. Met een zwakke solvabiliteit kan een bedrijf het nog wel een paar jaar uitzingen, want dit speelt vooral op lange termijn. Met een slechte liquiditeit daarentegen kan een bedrijf morgen of volgende week al in de problemen komen.  De solvabiliteit mag nog zo sterk zijn, als de liquiditeit al een paar jaar slecht is dreigt er serieus onheil.

De liquiditeitsratio berekenen is eenvoudig. Een gezonde liquiditeitsratio ligt boven de 1.

Wanneer de liquiditeitsratio onder de 0.50 zakt nemen de liquiditeitsproblemen in het bedrijf dramatische proporties aan. Eén of twee jaar met een slechte liquiditeitsratio hoeft nog niet meteen paniek te zaaien. Maar daalt de ratio jaar na jaar of ligt deze al drie jaar op rij onder de 0.50? Dan neemt de kans op een faillissement toe. Heel wat bedrijven in faling laten immers een systematisch slechte liquiditeitsratio over een langere periode van meerdere boekjaren zien.

Slechte betalingshistoriek

De betalingservaringen van een bedrijf geven een goede indicatie van de gezondheidstoestand.

Wanneer een bedrijf zijn facturen meestal stipt betaalt wijst dit erop dat er geen problemen zijn. Betaalt een bedrijf de meeste facturen te laat, bijvoorbeeld meer dan 90 of 120 dagen later, kan dit wijzen op slordig beheer maar ook op geldproblemen. Voor banken maar ook voor potentiële zakenpartners is het dan ook erg belangrijk om in Graydon de betalingservaringen na te kijken. Dit kan je een idee geven hoe het bedrijf zal omgaan met jouw facturen.

Negatieve antecedenten

Met negatieve antecedenten bedoelt men: wat leert het verleden ons? Heeft de zaakvoerder een onberispelijke historiek, of zijn er toch wel wat indicaties dat we op onze hoede moeten zijn? Onder negatieve antecedenten vinden we onder meer eerdere falingen, geprotesteerde wissels en dagvaardingen.

Een negatief antecedent van pakweg tien jaar geleden hoeft het bedrijf nu ook weer niet eeuwig te achtervolgen. Ligt dit al enige tijd achter de rug is de kans groot dat men zich ‘herpakt’ heeft. Het is vooral opletten geblazen wanneer de negatieve antecedenten zich minder dan vijf jaar geleden hebben voorgedaan.

Eerdere faillissementen

Het is geweten: in België en Nederland bekijken we een faling anders (lees negatiever) dan pakweg in de Verenigde Staten.

Wanneer een zaakvoerder in het verleden reeds faillissementen of falingen had is dit weinig geruststellend. Zeker wanneer dat faillissement zich in dezelfde sector dan de huidige activiteit situeerde. Uit cijfers blijkt dat zo’n één op zes ondernemingen met een bedrijfsleider met een eerder faillissement uiteindelijk ook failliet gaat. Dit komt vaak door een sneeuwbaleffect. Eén bedrijf van de zaakvoerder gaat failliet en sleurt in zijn val ook andere bedrijven van de zaakvoerder mee de dieperik in.

Nu is het wel zo dat een éénmalig faillissement inderdaad te wijten kan zijn aan brute pech. Het bedrijf hing bijvoorbeeld vooral af van één grote klant of leverancier die failliet is gegaan. Of de zaakvoerder kampte met een ernstige ziekte, waardoor hij zijn bedrijf lange tijd niet meer kon runnen. Dateert het faillissement intussen al van tien jaar geleden en zijn er sindsdien bij de zaakvoerder geen andere falingen meer geweest hoef je er dan ook niet teveel belang aan te hechten.

Bij recente faling of herhaaldelijk faillissement met verschillende bedrijven van de zaakvoerder moet er wel een rood licht gaan branden. Opletten geblazen!

Geprotesteerde wissels

Een ‘wissel’ is een wat verouderd, steeds minder gebruikt betaalmiddel. Hoewel het in veel branches op sterven na dood lijkt komt het in een aantal sectoren toch nog voor, bijvoorbeeld in de textielsector.

Wat is een wissel of wisselbrief precies? Een wisselbrief is een document waarin een schuldeiser (de ‘trekker’) aan een schuldenaar (de ‘betrokkene’) vraagt om op een bepaalde vervaldag een som geld te betalen aan een begunstigde. Meestal is die begunstigde de trekker zelf. Als de schuldenaar de wisselbrief aanvaardt houdt dit in dat hij belooft om te betalen. Soms is er ook een ‘aval’. Een aval is niets meer of minder dan een borg. Met andere woorden: iemand stelt zich borg voor de goede uitvoering van de wisselbrief.

Een protest betekent dat de onderneming haar belofte van betaling toch niet is nagekomen. Beschouw dit gerust als een ernstig alarmsignaal. In 2016 ging maar liefst 15,15% van alle ondernemingen met geprotesteerde wissels failliet.

RSZ-dagvaardingen

Een bedrijf dat er slecht voorstaat kan soms zelfs de belangrijkste en dringendste rekeningen niet meer betalen.

Denk maar aan de RSZ-bijdragen en betaling van sociale lasten. Betaalt een bedrijf de RSZ niet meer op tijd resulteert dit in aanmaningen en dagvaardingen.

De praktijk leert dat dagvaardingen RSZ (of schulden bij de fiscus) een zeer negatief signaal zijn. Voor het zover komt dat een onderneming zelfs haar RSZ-bijdragen niet meer betaalt zit het meestal al in heel nauwe schoentjes. Vaak wijst dit op het begin van het einde. Heel wat bedrijven met meerdere RSZ-dagvaardingen in de laatste boekjaren gaan uiteindelijk failliet.

Volgens studies van Graydon gingen in 2016 maar liefst 12,20% van alle ondernemingen gedagvaard door de RSZ failliet. Bijna één op zes dus, dat is niet min.

Eigen vermogen zakt onder 50% van het kapitaal

Als een bedrijf verlies maakt neemt het eigen vermogen jaar na jaar af. Het kan immers onvoldoende winsten en reserves naar het volgende boekjaar overdragen.

Wanneer het eigen vermogen minder dan 50% van het kapitaal wordt moet er een licht gaan branden. Bijna de helft van alle ondernemingen in faling hadden een dergelijk laag eigen vermogen. Dat blijkt uit studies van Companyweb naar de oorzaken van faillissementen.

In het Belgisch Wetboek van Vennootschappen stelt artikel 333 en 634 dat elke belanghebbende de ontbinding van de vennootschap aan de rechtbank mag vragen wanneer het netto-actief onder de 6200 EUR voor een BVBA of 61.500 EUR voor een NV zakt.

Negatieve rendabiliteit twee jaar op rij

Toegegeven, elk bedrijf kan door omstandigheden eens een slecht jaar hebben. Op zich is dat ook nog niet zo erg. Maar als een bedrijf twee jaar na elkaar niet rendabel is en verlies boekt wordt het een ander verhaal. Zonder winsten kan het bedrijf niet verder investeren en groeien. Hoe meer de verliezen zich opstapelen hoe lastiger het wordt om een lening vast te krijgen en investeringen te doen. Voor je het weet kom je zo in een vicieuze cirkel terecht waar je nog moeilijk uitraakt.

Lees verder

Faillissementen in België: overzicht en cijfers

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.